vrijdag 27 november 2015

Ons weblog is verhuisd.

Sinds enige tijd staan onze berichten op een ander weblog.
Kijk op https://camperroutes.wordpress.com/ als je ons wilt blijven volgen.

Deze pagina's blijven voorlopig nog beschikbaar, maar worden niet meer aangevuld.


zaterdag 21 september 2013

Het einde van de wereld - in de mist

Net iets meer dan halverwege onze reis gaan we naar wat de Fransen 'het einde van de wereld' noemen: de Pointe du Raz. Hier steekt Bretagne zó ver de Atlantische Oceaan in dat je het stukje naar Amerika bij wijze van spreken zou kunnen zwemmen. Iets verder naar het noorden, stonden we twee jaar geleden op Land's End nog net iets dichter bij onze nieuwsgierige Atlantische bondgenoten. We konden er bijna zonder internet of telefoon horen wat er aan de overkant allemaal gezegd werd. Maar dat terzijde.


De Punt van Raz is dus een plek waar je even gestaan moet hebben. Bovendien is het een spectaculair stuk rotskust, waar het bijna altijd hard waait en waar de Atlantische Oceaan al duizenden eeuwen tegenaan beukt. Dat willen we zien.

In onze reisplanning valt dit hoogtepunt op donderdag 19 september. Een grijze dag met miezerregen en een mistige route naar het einde van de wereld. We zien niets! Maar we houden goede hoop, want er wordt een weersverbetering voorspeld. Net als bij Land's End is Pointe du Raz een toeristenkermis, met een winkelgalerij en ook een heel informatief bezoekerscentrum. Van daaruit lopen we over gebaande paden naar de punt. Af en toe doemt er een wandelaars op uit de mist. Niets te zien, is het meest gehoorde commentaar. Maar we zetten door.


Na ongeveer twintig minuten staan we op een plek die we uitroepen tot Pointe du Raz. Maar zeker weten we het niet, want we zien geen vijftig meter ver. Wel horen we beneden de zee tegen rotsen beuken. We moeten denken aan een ontmoeting die we in Noorwegen hadden met een Nederlander die 6000 kilometer naar de Noordkaap en terug reed en daar ter plaatse geen hand voor ogen kon zien. De weersvoorspellingen waren bovendien zo slecht dat hij besloot terug te keren naar huis. Na al die kilometers had hij z'n ultieme doel dus niet gezien!
Voor alle zekerheid maken wij maar een foto om te bewijzen dat we er hebben gestaan, zij het in de mist. 

De volgende dag zien we wat we hebben gemist. Op een stralende dag lopen we naar Pointe du Van - na Raz de volgende kaap - en zien we Pointe du Raz in al z'n glorie liggen. Pointe du Van vinden we achteraf aantrekkelijker dan Raz. De woeste natuur is hier bijna net zo indrukwekkend, maar de grote horden bezoekers ontbreken. En het weer is hier meestal beter... maar dat verzinnen we er gewoon bij!

Vanaf Pointe Du Van kijken we de volgende dag uit op een zonovergoten Pointe du Raz

maandag 19 augustus 2013

Een dag Vaticaan


Met groepsrondleiding

(deze tekst verwijst naar het hoofdstuk over Rome en het Vaticaan in onze gids: Grand Tour naar Rome.)

Bij vertrek van huis hadden we geen vast schema voor Rome gemaakt. We zijn graag flexibel en we vertrouwen soms op onze getrainde neuzen voor het juiste moment. Bij het Vaticaan liet onze neus ons in de steek. Er stond een wachtrij van tweeënhalf uur. Zonde van de tijd. ’s Avonds terug op de camping besloten we een rondleiding te boeken op maandag. Dat betekent zoeken op Internet naar een betrouwbaar adres. Voor € 35 per persoon, inclusief de toegang voor het Vaticaans Museum, boekten we een groepstour van 2 tot 5 uur. De ontvangst op het kantoortje van de touroperator was tamelijk onvriendelijk, maar de gids zag er leuk en gezellig uit. Chiara heette ze. Spreek uit ‘Ki-ja-ra’, Ki-ja-ra’… ze bleef het herhalen met een hoog scherp stemmetje tot ze zeker wist dat iedereen het had gehoord.

Mie-ke-lan-sje-loo

We kregen een oortje in met een zendertje en liepen naar de ingang van het museum. Daar moesten we ongeveer 20 minuten wachten tot Ki-ja-ra de tickets had opgehaald, terwijl ze voortdurend leuk bedoelde onzin in de microfoon bleef roepen. Achter haar aan liepen we het museum in. Bovenaan de lange wenteltrap zonder treden kregen we een kwartiertje les in gedrag binnen het Museum en een litanie over illegale gidsen die de universitair geschoolde officiële gidsen zoals zij het brood uit de mond stootte. Daarna een lesje in uitspraak van de naam Michelangelo. Mie-ke-lan-sje-loo! Ze bleef het herhalen, ook toen we eenmaal buiten stonden en ze ons voor een paneel van de Sixtijnse kapel neerzette en een les Mie-ke-lan-sje-loo gaf, gelardeerd met grapjes die we intussen niet meer aan konden horen. Ons recept: oortje uit en rondom wat foto’s maken. Enfin, 1 uur en 45 minuten na aanvang van de rondleiding gingen we eindelijk het museum in. We hadden nog een uur en een kwartier voordat de Sixtijnse kapel zou sluiten. Dus snel door de lange galerieën van de Kandelaars en van de Wereldkaarten. ‘Follow Ki-ja-ra! Stay with Ki-ja-ra! Do not walk past Ki-ja-ra!’ Het knetterde voortdurend in onze koptelefoon, terwijl we eindelijk wat moois hadden om rustig te bekijken. De lange galerieën met de wereldkaarten en de kunstig gedecoreerde plafonds zijn interessant genoeg om in een rustig tempo de galeria door te schuifelen. Maar nee, we moesten ‘Hurry, the Sixtine Chapel is closing..!’

€ 70 in het wijwater gegooid

Het begon tot ons door te dringen dat we de beroemde kamers van Rafaël misschien niet te zien kregen. En inderdaad, desgevraagd konden we kiezen om zelf nog even snel de Stanze di Raffaello te bekijken, maar dan zou de Sixtijnse kapel gesloten zijn en dus ook de doorloop naar de Sint Pieter.
Een kwartier later stonden we met de hele groep buiten voor de Sint Pieter en nam Ki-ja-ra afscheid. Die fooi had ze dik verdiend, vond het grootste deel van de groep. Wij hadden het gevoel dat we € 70 in het wijwater hadden gegooid. Gelukkig hadden we nog tijd genoeg om op eigen gelegenheid de werkelijk verbluffend schitterende Sint Pieter te bekijken.



Naschrift: niet alle organisaties zullen dit soort ramp-rondleidingen verzorgen. Van buren op de camping hoorden we een heel positief bericht over een bureau met Nederlandse gidsen die het uitstekend doen. Helaas kunnen we niet uit eigen ervaring spreken, dus kunnen we geen bureaus aanbevelen. 



donderdag 23 mei 2013

NIET OVER HET WEER!


Toen we dit blog begonnen namen we ons voor om nooit - maar dan ook echt NOOIT - over het weer te gaan zeuren. En ook al zitten we vandaag voor de derde keer bij de camper tot onze enkels in de modder na de zoveelste stortbui, ons zal je niet over het weer horen klagen.

Russen nemen bezit van Rome

Langzaam maar zeker vult ons aantekenboekje zich met feiten en gebeurtenissen die het vermelden meer dan waard zijn. Voor dit blog is het altijd weer moeilijk kiezen. Wat moet je bijvoorbeeld melden over Rome, waar we vier dagen verbleven? Dat het een grote en drukke stad vol historie is, weet iedereen. Dat het bij de Trevifontein dringen is om dat ene mooie fotootje te maken en je muntje in het water te gooien, is ook bekend. Maar dat de hele stad werkelijk overspoeld wordt door Russen, die als toerist de meest onbeschaafde en onbeschaamde individuen ter wereld lijken, was ook voor ons een verrassing. Meer nog dan de Chinezen en Japanners, die keurig bij elkaar blijven tijdens het maken van hun foto's, vallen ze op door hun volkomen gebrek aan wat wij sociaal gedrag noemen. Als er iemand jou hard opzij zet, of dwars door je beeld loopt tijdens het maken van die ene prachtige foto, als er een groepje bij de bushalte als eerste instapt, terwijl er een hele rij stond te wachten... tien tegen een dat het Russen zijn.

Parapluutje kopen?

OK we klagen niet verder over de Russen en ook niet over het weer, ook al is dat al zes weken lang volkomen van slag, jawel, ook hier in Italië. In plaats daarvan willen we iets positiefs vertellen: over de veiligheid in Italië. We zijn  nu zes weken onderweg en we hebben nog geen moment het gevoel gehad dat het hier in Italië gevaarlijker is dan in andere Europese landen. Integendeel. Zelfs in Rome voelden we ons volkomen op ons gemak. Natuurlijk moet je van jezelf geen makkelijk doelwit maken voor zakkenrollers en zo. Maar de momenten dat wij het gevoel hadden dat we echt moesten oppassen, waren zeer schaars. Meer vermakelijk eigenlijk. Zoals het moment dat we vanaf treinstation Flaminio in Rome de straat opliepen en er net een bui losbarste (...). Gelukkig stonden er groepjes jongens klaar met parapluutjes aan hun arm. Wij wilden er wel een die automatisch uitklapte, onderhandelden dapper over de prijs en kochten er een in de mooiste kleur. Toen we wat verder waren en de paraplu uitgepakt hadden bleek dat we een heel ander, goedkoop barrel hadden gekregen, die niet automatisch uitklapte. We keken elkaar aan en barsten in lachen uit. Beetgenomen!

De Dom van Orvieto

De mooiste kerk?

We zijn nu zes weken onderweg en hebben intussen zo'n tachtig kerken en kapelletjes bezocht. Want hoe je het ook wendt of keert, de meeste kunstschatten uit de middeleeuwen en de Renaissance zijn daar te vinden. En passant maken we een ranglijst van de mooiste kerken en kerkjes die we bezochten. Een heel persoonlijke ranglijst natuurlijk, want de ene kerk vind je mooi van buiten en saai van binnen en een ander is schitterend maar te overdadig. En soms is het alleen de sfeer in een klein kapelletje met niets anders dan kale muren die een onuitwisbare indruk op je maakt. Hoe dan ook: onze ranglijst wordt tot nu toe aangevoerd door de Benedenkerk van St. Franciscus in Assisi, op de voet gevolgd door de Dom van Orvieto. En gisteren zagen we nog de Dom en de Baptiseria in Florence. We discussiëren er nog over waar deze in onze ranglijst terechtkomen. En verder praten we natuurlijk over een heleboel andere onderwerpen, maar vooral over... het weer!
N.B. Kijk ook op onze Facebookpagina

zondag 28 april 2013

Nieuwe routes in Italië


Allereerst aan de vaste volgers van dit blog: excuses voor onze lange afwezigheid. Door onze verbouwing en verhuizing hebben we een maand op vier niets van ons laten horen. Nu we weer eens onderweg zijn voor een serie nieuwe gidsen, willen we de draad weer oppakken. Begin april hebben we de sleutel van ons nieuwe huis aan familie overgedragen, die van onze nieuwe prachtige omgeving gaan genieten in de tijd dat wij door Italië rondtrekken.
Kijk intussen ook op onze Facebook pagina , want daar plaatsen we geregeld nieuwe foto's en leuke weetjes.

RAMMELEND OVER ITALIAANSE WEGEN

Na twee weken in Italië hebben we één klacht: wat zijn de wegen vreselijk slecht! Na elke rijdag of -dagdeel - ligt de documentatie in ons bovenvak helemaal door elkaar. Hoe netjes we de stapels folders en gidsen ook rangschikken, ze hotseknotsen alle kanten op als we weer eens van een stukje glad wegdek op een mozaiek van teerbulten en kuilen terechtkomen en net niet op tijd de rem hebben weten te vinden. De Italianen zullen wel helemaal gek van ons worden, want op de slechte stukken is 40 kilometer per uur het maximum haalbare, vooral als we tientallen bochten en haarspelden door moeten. En juist op die stukken is het op z'n ergst.

Middeleeuws straatje in Gubbio

Maar verder:


Wat een schitterend land is Italië toch. We zijn nu in Umbrië en dat is opnieuw een openbaring. Landschappelijk is het volop genieten, maar het mooist zijn toch die stadjes die zich overal bovenop heuvels hebben geplant en tegen de hellingen aangevleid liggen. Gisteren waren we in Gubbio. In de historische stadskern staan eeuwenoude huizen, gebouwd van grote stenen en met deuren als toegangspoorten. De kleur van de steen is overal van hetzelfde soort grijs/roze en de daken zijn donker roodbruin. Als je de stad vanuit de verte ziet liggen heeft het één egale kleur die het meest op terracotta lijkt. In de straten zelf bewoog zich een bonte stoet Italianen voort met het nodige gezellige gettetter. Want de afgelopen dagen was het feest in het hele land: Bevrijdingsdag op donderdag en aansluitend een lang weekend vakantie tot en met 1 mei. Dus overal een drukte van belang. Maar een gezellige drukte, want je kunt zeggen wat je wilt over Italianen, maar vervelend zijn ze absoluut niet.
Kortom, we hebben het hier prima naar onze zin en en zelfs het weer begint aardig mee te werken. Nog even en we lopen in onze zomerkleren door Assisi en Perugia. Dus waarom zouden we klagen?
Palazzio dei Consoli op het Piazza Grande in Gubbio

zaterdag 14 juli 2012

Niks sentimental journey! Maar wel een mooie Route Napoleon.

Sinds een week zijn we weer thuis. Hoog en droog. Nou ja, dat laatste wil hier niet helemaal lukken, dus voordat ik ga zeuren over de Côte d'Azur wil ik wel even aanstippen dat ik te doen heb met al die gezinnen die nu in de stromende regen kamperen in een tent of vouwwagen. Wij hebben vroeger ook wel van die dagen gehad dat we bijna een weekvoorraad drinkwater konden aanleggen als we onze waterzak buitren de tent neerzetten en er weer eens zo'n wolkbreuk met bijpassend onweer overtrok. Ja, ook in Zuid-Frankrijk is dat ons overkomen. Een gierende regenbui die over de baai van Saint-Tropez kwam aanzetten en alles in een paar minuten blank zette. Maar een paar uur later was het weer droog en warm, dus wie maalde daarom? Het hoorde bij de romantiek van een kampeervakantie aan de Franse Zuidkust.

Als ik nu mijn eerste deel van dit blog over Zuid-Frankrijk teruglees, moet ik toegeven dat ik me wel heel erg heb laten leiden door die romantische herinneringen, die voor een deel zelfs zo'n 40 jaar teruggaan. Onze ervaringen nu: de Côte d'Azur is overal zo volgebouwd en druk dat het vaak geen lolletje is om er rond te rijden. Zeker niet in een camper. Slechte, smalle wegen, voortdurend rotondes, hoge drempels enm de al eerder gesignaleerde parkeerplaatsen met hoogtebeperkingen.
Daar staat wel tegenover dat een stad als Nice zeer de moeite waard is om uitgebreid te verkennen, dat de musea van grote klasse zijn en dat overal langs de kust plekken zijn die je even de adem doen benemen. Bovendien is er in de hele streek een voortreffelijk systeem van openbaar vervoer. Voor 1 Euro stap je op elke bus, overal naar toe, en je kunt voor dat geld ook nog binnen 75 minuten overstappen op een volgende en zonodig op een daaropvolgende bus. Het kost wat meer tijd, maar uiteindelijk is het ideaal om, met achterlating van de camper op een goede camper/kampeerplaats , de mooiste plekken van de Côte d'Azur te verkennen. Maar die romantiek van vroeger vonden we met de camper langs de kust niet terug. Voor ons is dat een reden om af te zien van de productie van de aangekondigde gids.

De mooiste straatjes van Frankrijk: Saint-Paul-de-Vence

Blijft over: een schitterende reis vanaf Grenoble tot Grasse (en Saint-Paul-de-Vence) over de Route Napoleon (en terug via Aix-en-Provence over de D1075 en N75). We vonden genoeg leuke plekken om tussenstops te maken en om naar de historie achter de Napoleonroute te zoeken. Over een paar weken (zo omstreeks begin augustus) hopen we een nieuw routeboekje te hebben, dat we op een andere wijze denken aan te bieden.
Interesse? Hou dan de website www.camperroutes.nl in de gaten!

woensdag 27 juni 2012

Nice is not nice for campers


De Route Napoleon hebben we sinds een paar dagen afgerond en nu zijn we neergestreken op een heerlijke schaduwrijke camping in de buurt van St.Paul de Vence. Van daaruit willen we nog een paar bijzondere musea bezoeken, van Matisse en Chagall, in de wereldstad Nice. Wat we nog niet wisten is dat Nice in grootte de vijfde stad van Frankrijk is. Nou dat weten we nu wel degelijk! Even fluitend met de camper door Nice rijden is er niet bij. In de eerste plaats zijn veel straten erg smal en bochtig en bovendien soms nogal stijl, want Nice ligt verspreid in het bergachtige terrein direct achter de kust. Dus dat is veel schakelen, soms terug naar 1 en veel sturen, wringen, manoeuvreren. Nee lollig is het niet om met de camper door Nice te rijden. Maar à lá, uiteindelijk is het te doen.

Wat niet te doen is: parkeren! Zoals in veel grote Franse steden is de ruimte beperkt. Auto's staan hutje aan mutje geparkeerd. Valt er een gaatje, dan is die direct weer opgevuld. Bovendien is de camper kansloos, want bij veel parkeervakken staat dat de maximum lengte voor een geparkeerde auto 5 meter is. Dan maar een groot parkeerterrein opgezocht. Daarvan staan er genoeg op onze plattegrond. Maar helaas, in anderhalf uur zoeken, crossend door de stad, vonden we geen enkel parkeerterrein zonder hoogtebalk. Beperkt voor auto's tot 2,20 meter hoog. Zelfs op het vliegveld en bij het enorme bezoekerscomplex op de Cimiez, waar het Matisse museum en een groot terrein met opgravingen liggen, was er geen mogelijkheid om te parkeren. Idem dito bij het Chagall Museum.

Het lijkt er sterk op dat in Nice de camper niet welkom is. Ik herinner me van jaren geleden dat gemeenten aan de Côte d'Azur te kampen hadden met overlast van het groeiende legertje camperaars, die langs de boulevards parkeerden en overnachten. Maar de maatregelen die zijn genomen pakken wel wat erg rigoureus uit. Camperaars lijken niet meer welkom in Nice en omliggende plaatsen. Terwijl in veel Franse plaatsen prachtige voorzieningen zijn getroffen voor campers, om zo de overlast om te beperken, heeft men aan delen van de Côte d'Azur gekozen voor het drastisch weren van campers, door parkeren eenvoudig onmogelijk te maken. Not very nice Nice!

Hoe we uiteindelijk toch een paar mooie plekken in en rond Nice konden bekijken en hoe die heerlijke camping heet waar we nu een week vakantie houden, blijft nog even ons geheim. In het routegidsje over de Route Napoleon lees je er straks alles over. Tegen eind juli zal deze gids verschijnen en we gaan daarbij voor een extra verrassing zorgen! Houd de site en het weblog goed in de gaten... 

En uiteraard: heb je andere/betere ervaringen aan de Côte d'Azur, laat het ons dan weten. In een commentaartje onder dit bericht, of als mailtje naar info@CamperRoutes.nl.

Uiteindelijk: na 2,5 uur vonden we een plekje in Cagnes
dat net groot genoeg was voor onze 6.20 meter lange camper.

vrijdag 22 juni 2012

De paarden van Napoleon

Terwijl we over de Route Napoléon rijden, vragen we ons steeds af hoe het mogelijk was om met 700 man (of waren het er 1000? - het antwoord staat straks in de routegids van de Route Napoléon) troepen op één dag zo'n 50 tot 60 kilometer af te leggen. Ze waren toch te voet, die mannen, met hun zware bepakking en hun wapens? Was dat normaal om zulke lange dagmarsen te maken? Kennelijk. Mensen liepen vroeger natuurlijk veel meer dan nu. Wij zijn na een wandeling van 2,5 kilometer bergop al blij dat we er zijn, nemen even een pauze om wat te fotograferen, te drinken en eventueel wat te eten en dan gaan we weer verder. Of terug!
De mannen van Napoleon liepen gewoon door, desnoods ook 's nachts. Maar wat deed Napoleon zelf dan? Hij was uiteindelijk een klein, wat dikkig mannetje, met korte benen en een aardig buikje. Liep hij ook mee, of ging hij te paard of in een koets?
Het antwoord op die vragen staat natuurlijk in duizenden pagina's literatuur over Napoleon. Dus even speuren op internet, of naar de bieb om een paar standaardwerken door te spitten. Maar nee, we hebben het antwoord gewoon bij ons. Het staat in een kostelijk boekje van de helaas veel te vroeg overleden Martin Bril: De Kleine Keizer. Mijn beste vriend Wout gaf me het boekje mee voor de reis, als aanvulling op een partij informatie die hij over Napoléon en zijn reis van Golfe de Juan naar Grenoble had verzameld. In De Kleine Keizer beschrijft Martin Bril in korte hoofdstukken zijn eigen zoektocht naar de werkelijkheid achter de verhalen en de biografieën. Het is zijn eigen werkelijkheid die hij in dit heerlijke boekje heeft opgetekend. Bril voert je schijnbaar achteloos door een aantal episoden van Napoleons leven en zijn veldslagen. En passant beschrijft hij z'n liefdes en passies.
In een hoofdstuk over de paarden van Napoleon beschrijft Bril welke paarden gedocumenteerd (of niet) bij welke gebeurtenissen betrokken waren. Zo leren we dat hij een aantal van zijn paarden, die ook op beroemde schilderijen figureren, namen van grote veldslagen gaf. Dat gold niet voor het paard dat hij bereed op zijn beroemde tocht van Golfe Juan naar Grenoble. Dat paard heette Tauris en was een geschenk van de Russische Tsaar. Dit alles volgens Martin Brill, die ik volledig vertrouw omdat hij zijn boekje De Kleine Keizer baseert op duizenden pagina's historische literatuur. Dank zij hem weet ik dus dat Napoleon al die kilometers, die wij in een comfortabele camper afleggen, op een Russisch paard zat, terwijl zijn manschappen te voet bergop en bergaf marcheerden. Met dank dus aan Martin Bril en aan mijn trouwe vriend Wout.

maandag 18 juni 2012

Route Napoléon: Trots op Nederlanders?


Lang geleden, toen ik nog hoofdredacteur van het ANWB maandblad REIZEN was, hadden we een interview met toenmalig verkeersminister Jorritsma. Er speelden toen allerlei zaken tussen Nederland en het Frankrijk van president Chirac. Irritaties over en weer. Zo sterk zelfs dat sommigen opriepen om Frankrijk te boycotten als vakantieland. Gevraagd naar haar mening over Frankrijk zei Jorritsma: 

"Frankrijk is een prachtig land, alleen jammer dat er Fransen wonen..." 

Nu was ik het al zelden eens met de popiejopieuitspraken van tante Jorritsma, maar dat keer wel helemaal niet. Al reizend door Frankrijk komen we zelden vervelende Fransen tegen. Integendeel. Ze zijn altijd bereid tot een praatje, ze vragen belangstellend waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat, en geven je desnoods ongevraagd leuke tips. Het helpt natuurlijk als je een beetje Frans spreekt, maar ook merken we steeds vaker dat een Fransman z'n best zal doen om zich verstaanbaar te maken. In het Engels of Duits, of een mix van van alles wat, desnoods met handen en voeten.

Des te verbazingwekkender is het verhaal van onze gastheer, een imker/honingproducent nabij Corps, aan de Route Napoleon. Via France Passion stelt hij camperplaatsen ter beschikking. Vijf stuks. Hij en zijn alleraardigste vrouw vragen er niets voor. Je moet je alleen bij aankomst even aanmelden en zo mogelijk de volgende ochtend bij vertrek even afmelden. Ze zullen je vragen of je nog water bij wilt vullen en geven je dan een speciaal verloopstuk, waarmee je een passende aansluiting op hun waterslangen kunt maken. Als je wilt kan je er honing kopen, in een heel leuk winkeltje en desgevraagd vertelt mevrouw van alles over de productie (en over de huidige problemen met een enorme raadselachtige bijensterfte.) 

Geen bedankje kan eraf!
Imker Bernard Tiron: problemen met
Nederlanders
Al pratend vertelt de imker dat hij zo langzamerhand toch wel problemen heeft met Nederlanders. Ze melden zich niet aan of af. Ze zeggen geen gedag. Geen bedankje kan eraf. En ze kopen NOOIT iets in de winkel. "Ik kan me voorstellen dat je bij een wijnboer wel een paar flessen wijn koopt en bij een honingboer geen potje honing. Maar dat je niet eens belangstelling toont, geen gedag zegt of even bedankt voor de gastvrijheid, maar wel het verloopstuk voor de waterslang meeneemt - ik ben er al heel veel kwijtgeraakt - kan ik me gewoon niet voorstellen. Nederlanders zijn echt de enigen die zich zo gedragen. Met Belgen heb ik nooit problemen, maar ook Duitsers en Engelsen, die toch moeite hebben met de Franse taal, maken we dit eigenlijk nooit mee."

Prachtige plek aan de Route Napoléon

Goed, dit moest ik even kwijt. Wij hebben er een nacht heerlijk gestaan, pal langs de Route Napoléon, waar het 's avonds heel stil wordt en waar het zo donker is dat je een werkelijk magnifieke sterrenhemel kunt zien. We kochten er een paar potjes honing voor de buren en voor vrienden en een heel bijzondere pot lavendelhoning voor onszelf. En we bewaren mooie herinneringen aan deze twee leuke mensen, die hun terrein zo hebben aangepast dat ze gezellig een paar camperaars kunnen onderbrengen.
Maar dat Nederlanders in hun ogen niet zo gezellig zijn, vervult ons niet met trots. Ik zou bijna zeggen: Frankrijk is een prachtig land, vol aardige Fransen en soms wat minder leuke Nederlanders.

donderdag 7 juni 2012

De Route Napoléon en de Côte d'Azur


 

Al vanaf het eerste moment dat we begonnen met CamperRoutes.nl had ik in mijn hoofd om met de camper langs de Franse zuidkust te gaan toeren. De Côte d'Azur blijft zijn aantrekkingskracht behouden, ondanks berichten van vakantiegangers dat het er toch vreselijk druk en duur is; dat alle mooie plekjes verpest zijn en dat de Fransen in Zuid-Frankrijk wel erg onvriendelijk kunnen zijn. Om over criminaliteit nog maar te zwijgen. Eerlijk gezegd maken al die meningen en berichten mij wantrouwig. Zouden de mooie plekjes van vroeger echt weg zijn? Betaal je altijd en overal de hoofdprijs op terrassen en in restaurants? Is het verkeer echt zo'n chaos dat je hooguit met 15 km per uur vooruitkomt?

donderdag 29 maart 2012

Spanje - tot besluit: TWEE GEWELDIGE STEDEN

Na acht weken zijn we weer thuis. Ik realiseer me dat we op ons weblog maar een fractie van onze reis hebben laten zien. De oorzaak: af en toe wilden we ook gewoon een beetje vakantie houden en een paar dagen zonder laptop of iPad doorbrengen. Het gevolg daarvan is wel dat ik nu al vijf dagen bezig ben met het selecteren van zo’n 3000 foto’s en tientallen filmpjes. Even tijd voor een kleine pauze om terug te kijken op de laatste twee weken van de reis.
VALENCIA EN CALATRAVA
De grootste verrassing was wel Valencia. Een heerlijke stad om doorheen te slenteren en je vergapen aan oude en spectaculaire nieuwe architectuur. Bij dat laatste denk je natuurlijk meteen aan Calatrava. De oude Spaanse meester van de moderne architectuur heeft aan de rand van de stad, vlak bij de vernieuwde haven, een geweldig complex van imposante gebouwen, bruggen en promenades gerealiseerd. Het Ciudad de las Artes y las Sciencias is het nieuwe uithangbord van een stad die de afgelopen twintig jaar miljarden heeft uitgegeven om een van de grote trekpleisters van het wereldtoerisme te worden.
Jammer dat het nu economisch zo slecht gaat in Spanje en dat de inhoud van het centrum sterk achterblijft bij het uiterlijk. Desondanks móet je hier geweest zijn. Je waant je soms in een Star Wars film met al die vervreemdende vormgeving. Daar tegenover staat dat er ook gewoon een dierentuintje is. Nou ja, een Oceanografisch centrum, heet het. Met een super-aquarium, een wetlands-dôme met rode ibissen en roze lepelaars en een heuse dolfijnenshow. Die laatste is natuurlijk de grote publiekstrekker, waar tenminste nog wat geld mee wordt verdiend. Helemaal koosjer schijnt het niet te zijn zo’n dolfijnenshow, hoorde ik laatst in een tv-discussie tussen biologen. Maar ja het is altijd nog minder erg (en in ieder geval leuker) dan een stierengevecht…
TO CORRIDA OR NOT TO CORRIDA
En tja, daar waren we toch bijna naar toegegaan in Valencia onder het motto: je moet het hebben gezien om er over te kunnen meepraten. In het kader van het Fallas festival, waarbij enorme poppen in de stad worden opgesteld, die later in brand worden gestoken, is er in de grote arena naast het station elke dag een ‘corrida’. Omdat we alleen eersterangs kaarten van € 55 euro per stuk konden krijgen, zagen we er toch maar vanaf. Honderdtien euri om een waarschijnlijk gruwelijke show bij te wonen was ons iets te gortig. Ik geef toe, een nogal pragmatische reden. Aan de andere kant: We zagen overal dat de corrida zo is verweven met de cultuur van Zuid-Spanje dat je er niet omheen kunt. Dus als we nog een keer gaan, zullen we waarschijnlijk toch ergens een kaartje kopen. Waarschijnlijk voor één keer.
NAAR BARCELONA: NAAR HUIS
We sloten de reis af in Barcelona. Altijd mooi, altijd geweldig, al viel de toeristische drukte ons na al die relaxte steden in het zuiden wel een beetje rauw op ons dak. Barcelona was ook een beetje thuiskomen. Bij eerdere reizen bezochten we het nieuwe havenkwartier (van de Olympische Spelen), de Sagrada Familia en het Park Güell. Nu zwierven we door de Barri Gòtic , we gingen ondergronds in het stadsmuseum (een schitterende expositie van Romeinse opgravingen), namen de kabeltram naar de Montjuïg, het Miromuseum, en daalden af via de trappen van het Palau Nacional de Montjuïc. Soms waanden we ons in het verhaal van ‘De schaduw van de wind’ van Zafón, maar plotseling leek het alsof ik midden in het hedendaagse Den Haag stond, voor het hagelwitte stadhuis. Richard Meier, de architect van het imposante stadhuis van mijn geboortestad, heeft in Barcelona recent het Museum voor Hedendaagse kunst gebouwd, het MACBA, Museu d’Art Contemporani de Barcelona. Midden tussen kleine oude straatjes, achter de Rambla, staat daar ineens op een groot plein een kolossaal hagelwit gebouw voor je met veel glas aan de voorkant en een gladde, wat hellende bestrating die veel skaters en skateboarders aantrekt. Een mooie plek om even de drukte van de Ramblas te ontvluchten. Zittend op een aangenaam terras achter het museum kwamen we tot de slotsom dat het mooi was geweest. Naar huis!

donderdag 8 maart 2012

OMMUURDE CAMPINGS, FIETSEN EN BUSSEN

Op dit moment staan we op een camping in Cordoba. Camping El Brillante ligt aan een lange laan, met enig verkeer (niet al te veel) en midden tussen woonwijken, naast een school en daarnaast een voetbalveld. Niet bepaald de idyllische omgeving waar je met de camper zou willen staan. Het uitzicht beperkt zich tot een paar hoge hagen en witgepleisterde muren. Maar er is helaas geen alternatief. Vrij staan bij of in grote steden is verre van ideaal, vinden we. En in de wijde omgeving is geen andere camping te bekennen.
Onze reis is opgebouwd rond de drie topattracties van Andalusië: Granada, Sevilla en Cordoba. Wat je verder ook doet, je kunt niet thuiskomen en aan buren, vrienden en familie vertellen: 'tja, voor het Alhambra in Granada hadden we helaas geen tijd meer', of: 'Sevilla lag zo'n eind uit de route, die hebben we maar overgeslagen...' Dus rijden we in een vreemde kronkel door het prachtige Andalusië en staan we driemaal op ommuurde campings, met soms veel te kleine plaatsen, voor ook nog eens teveel geld. Maar ja, zoals gezegd: er is geen andere keus.
Een lichtpuntje van de drie campings is overigens dat ze een prima verbinding hebben met de grote attracties. In Granada stopte de bus praktisch voor de poort van de camping. Voor € 1,35 per persoon zaten we in 20 minuten midden in het centrum en vandaar bracht een kleiner busje ons door kruip-door-sluip-door-straatjes voor € 1,20 naar het Alhambra boven op de heuvel. In Sevilla zaten we ver buiten de stad (zo'n 18 kilometer), maar ook hier was er een bus die ons voor een luttel bedrag (€ 1,50 per persoon) in drie kwartier op kamikaze-wijze tot aan de rand van de binnenstad bracht. En vandaag in Cordoba hoefden we alleen maar op de fiets te stappen en ons van het vals plat af te laten zakken tot bij de straatjes van de Joodse wijk die naast de Mezquita ligt.
Dat fietsen is ook een hoofdstuk apart. Heel veel fietsers zie je niet in de steden, maar wat er rondrijdt, rijdt allemaal op de stoepen. Op brede trottoirs en voetgangersgebieden zijn hier en daar fietspaden gemarkeerd, die je als voetgangers soms makkelijk over het hoofd ziet. En fietsers slalommen er rustig op los. Maar geen enkele keer zagen we irritatie tussen fietsers en voetgangers. Politieagenten (alom aanwezig) kijken intussen goedkeurend toe. Automobilisten geven je als fietser ook royaal de ruimte, zoals eigenlijk het hele verkeer in Spanje een toppunt van tolerantie lijkt. Onze eerste vervelende ervaring moeten we na zes weken nog opdoen. Viva España!
Hieronder nog een foto-overzicht van het mooiste dat Andalusië te bieden heeft in Granada, Sevilla en Cordoba.
Klik op de foto's voor een vergroting; alle foto's © Mike Bisschops, CamperRoutes.nl
1. GRANADA
Zicht op het Alhambra vanaf de oude stad
Schitterende mozaïeken en verfijnd stucwerk in het Nasridenpaleis van het Alhambra
In het Mirtenhof van het Nasridenpaleis spiegelt de Torre de Comares in de vijver. Slechts een enkele bewust gevormde rimpeling in het water voorkomt dat het een echte spiegel wordt. Dit is een van de beroemdste beelden van het Alhambra, die je deelt met tientallen bezoekers tegelijk.
Het uitzicht dat de Nasridenkoningen hier hadden was ongetwijfeld minder pitoresk dan wat wij uit dit venster zien.
2. SEVILLA
Uitzicht vanaf de Giralda. De Moorse toren die is geïntegreerd in de grootste Gotische kathedraal van Europa kijkt uit over modern Sevilla, maar ook over het oude Alcazar paleis (links)
Tussen de vele stijlen waarin het Alcazar door de eeuwen heen is opgebouwd zijn de Mudejar gevels - een mengvorm van Moorse en Christelijke decoratiekunst - het meest indrukwekkend
Opvallende versieringen in de plafonds van de zalen van 'onze' Karel V. Voor de Spanjaarden is dit Carlos V, die we onderweg in vele kunstwerken tegenkwamen, te beginnen in het Prado in Madrid.
De tuinen en de patio's zijn tegenwoordig de belangrijkste onderdelen van het Alcazar. Hier een sfeervolle patio met sinaasappelbomen
3. CORDOBA
Brug over de Guadalquivir in Cordoba. Aan het eind van de brug staat de Mezquita, van de top-3 monumenten van onze reis verreweg het meest indrukwekkend
Dit is waarschijnlijk een van de meest beroemde beelden van de Mezquita. Het kostte me minstens 300 opnamen om de sfeer van de Moorse zuilen met dubbele bogen enigszins te vangen. Het kippevel op m'n rug heb ik niet in beeld kunnen vangen
Over decoraties gesproken... De mooiste renaissance-elementen in de kathedraal, die later in deze moskee werd gebouwd, kunnen in schoonheid hier nauwelijks mee wedijveren
In deze foto probeer ik het samengaan van een twaalfde-eeuwse moskee met een 16e eeuwse kathedraal in één beeld te vangen. Volgens Karel V hadden de bouwers van de kathedraal de moskee verwoest. Maar daar kan je na vijf eeuwen makkelijk anders over denken!
>

maandag 27 februari 2012

RENT A COCHE. AHORA!

Ooit stond ik samen met fotograaf Jan Suys in Nieuw-Zeeland, op het vliegveld van Wellington, naast een Duitser, aan de andere balie, die een probleem had om uit te leggen wat hij wilde. Aan zijn op steeds grotere toonhoogte en met steeds meer volume uitgesproken "Ich will Jetzt unmittelbar nach München fliegen" begreep ik dat hij weg wilde uit Nieuw Zeeland. Maar de grondstewardess sprak geen Duits en hij sprak geen woord Engels. In Nieuw-Zeeland! Denkend aan 1974 lieten we hem aanmodderen. Wat ons betreft bestond München niet, dus waar had hij het over? Trouwens, als je in Nieuw Zeeland wilt rondreizen, moet je ook maar Engels leren. Toch?
Nu reizen wij in Spanje, het hele land door. En wat ons opvalt is dat Spanjaarden nauwelijks Engels spreken. We snappen waarom het Spanje economisch niet zo goed gaat in het moderne Europa. Moeten ze maar Engels leren spreken... Intussen voelen we ons toch behoorlijk hetzelfde als die Duitser in Nieuw-Zeeland. Lastig als je de taal van het land niet spreekt. We proberen het met Engels, met Frans (wat we allebei redelijk beheersen) en met een beetje Italiaans. Maar het blijft behelpen. Die Spanjaarden hebben toch een heel eigen manier van praten. Snel en veel letters inslikkend, beetje raspend en in ieder geval héél slecht verstaanbbaar.
Het hardst worden we geconfronteerd met ons eigen onvermogen tot communiceren als we voor twee dagen een autootje willen huren om de 'Witte-dorpenroute' te rijden. Veel kleine weggetjes, dorpjes met smalle straatjes en intieme pleintjes (zie foto hiernaast), dus weinig parkeerruimte. Dat doe je makkelijker met een Cliootje dan met een fullsize camper. We bellen het nummer van Velasquez Autorent in Ronda. Een vriendelijke meisjesstem antwoordt. Nee, ze spreekt geen Engels. "Coche, aquiler", roepen we. Een riedel Spaans. "Sorry, encore...". Veel geluid aan de andere kant, onherkenbare woorden. "Ahora", roepen we, we willen het nu! Uiteindelijke begrijpen we dat we naar het kantoor kunnen komen en dat er een auto klaar staat.
We nemen een taxi en komen bij Velasquez in het centrum van Ronda. Een buitengewoon vriendelijke man, die geen woord Engels spreekt, helpt ons voor een klein bedrag aan een leuk autootje voor het weekend. Geen extra kilometers, alles inclusief. Vaktaal, die begrijpen we allebei.
Bij het terugbrengen van de auto vragen we nog waar we een taxi kunnen vinden om terug te komen bij onze camper. Mr. Velasquez wijst naar de auto en gebaart dat we even moeten wachten. Hij brengt ons persoonlijk terug naar de camping. Onderweg vertelt hij nog dat hij in zijn jonge jaren zes maanden in Groningen heeft gewoond. Colleges gevolgd aan de universiteit. Het verbaast hem nog altijd dat Nederlanders hun talen zo goed spreken. Nee, Nederlands heeft hij niet geleerd. "Alle Nederlanders spreken immers Engels!
Hieronder een filmpje van een klein deel van onze rondreis langs de Witte Dorpen van Andalusië.
">
Toegift: een bijzondere foto die we schoten bij het brug in Ronda. De stad wordt door een diepe kloof in tweeën gesplitst. In het ochtendlicht staan de rotspilaren stoer op wacht om alle nevels vanuit het land buiten de poort te houden... Klik op de foto om te vergroten.

vrijdag 17 februari 2012

HOE EEN KLEIN SLANGETJE ONS PARTEN SPEELT

Gisteren richting Granada.. tenminste, dat was onze planning. Maar bij de eerste rotonde merkten we dat de stuurinrichting niet helemaal fijn reageerde. Bij de eerste de beste garage gestopt. Klein rommelig werkplaatsje in Mojacar (spreek uit: Mahecca). Met handen en voeten uitleggen wat het probleem zou kunnen zijn. Eén blik van de monteur was genoeg: de hydraulische olie van de stuurbekrachtiging stond zorgelijk laag. Bijgevuld. Probleem opgelost... dachten we.
Maar na een uur of twee wandelen in en rond Nijar, boven Almeria, lag er een aardig plasje olie onder de auto. Zorgelijk! Snel gebeld met Ford Assistance, die ons naar een garage stuurde die al 2 maanden gesloten bleek te zijn. Bij een anders bedrijf verderop kregen we een adres van een Ford dealer in Roquetas de Mar. Intussen kwam er van Ford Assistance in Barcelona (jawel, de ANWB!!) een sms met een nieuw adres. Maar helaas bleek ook die garage dicht, in dit geval wegens een feestdag in het dorp. Uiteindelijk kwamen we in Roquetas de Mar terecht, zeg maar het Scheveningen van Almeria, waar de garage constateerde dat er een slang in het systeem lek is. Nieuw slangetje besteld (in Valencia) en dat zou mañana binnenkomen. Nou dat wordt dus echt mañana, want het komend weekend hebben we maar vrij genomen in de hoop dat het slangetje maandag of dinsdag binnen zal zijn.
Nou ja, zoals altijd 'heb elk nadeel ze voordeel' en staan we nu op een heerlijke plek in een echt natuurpark aan zee, bij heerlijk weer. Zaterdag en zondag lekker wandelen en fietsen en dan hopelijk maandag weer verder. Met een nieuw slangetje. Intussen zijn we ook maar een beetje aan het werk gegaan met het eerste deel van de route. En zoals we vroeger al zeiden tijdens persreizen: 'de kop hebben we al!' In dit geval de voorlopige voorplaat.

donderdag 9 februari 2012

REIS DOOR HET BINNENLAND VAN SPANJE - 3

Van Toledo naar Alicante. Maar... It giet nèt oan!
Waarom zijn we in hemelsnaam van Toledo naar Alicante gereden? 400 kilometer dwars door Spanje over een nieuwe (bijna lege) tolweg. Naar een camping als een dorp met 1300 standplaatsen vol babyboomers, vlak bij de luchthaven van Alicante. Waarom kochten we dat ticket naar huis, met retourvlucht één week later? Natuurlijk: voor de tocht der tochten. Startbewijs in de achterzak. Daar heb je wel iets voor over toch?
Na drie etages Prado in Madrid, het Koninklijke Paleis met z'n 30 pompeuze zalen, de drukst versierde kathedraal ter wereld in Toledo en alle zalen van het El Greco huis zat het met onze conditie wel goed. Zo'n 30 kilometer lopen en slenteren in vier dagen moeten genoeg zijn om in ieder geval de start en het aantrekken van de schaatsen goed te doorstaan. Misschien halen we de eerste stempelpost en verder zien we wel. Dus kochten we die tickets voor vrijdag 10 februari en bereidden we ons mentaal voor op een nachtelijke taxirit naar Leeuwarden. Geacclimatiseerd waren we al. Tussen -8 en -12 In de Sierra de Guadarrama bij Madrid (foto hieronder) en rond het vriespunt bij Toledo. Eén bevroren waterleiding later waren we op weg.
En toen kwam de jobstijding. Op tv zagen we Erben Wennemars bijna in huilen uitbarsten. Eric Hulzebos zong z'n verdriet weg. En wij? Onbeschrijfelijk hoe we er aan toe waren. Alleen een goede fles Ribero del Duero kon ons opbeuren. Intussen hebben we ons schema weer opgepakt. De temperatuur stijgt, dus vanmiddag genoten we op een terras in de zon in Denia van tapas met (alweer) een lekker wijntje. Volgende week om deze tijd lopen we in het Alhambra, bij die 20 graden waar we al zo lang op hopen. Als het dan toch on giet is het jammer. Dan zien we het wel op tv.
PS - dat startbewijs hadden wij natuurlijk niet in de achterzak. Maar we hebben een stil vermoeden waarom al die Nederlandse campers op dat babyboomersterrein dagenlang leegstonden...

donderdag 2 februari 2012

REIS DOOR HET BINNENLAND VAN SPANJE - 2

Hoezo op weg naar een warme winter?
Vorige week waren de temperaturen rond Madrid nog tussen 8 en 16 graden. Niemand dacht hier aan een elfstedentocht. Intussen gonst het op de Spaanse televisie van de speculaties over de tocht der tochten. Nee niet op stieren van Pamplona naar Sevilla, maar op sneeuwschoenen door de Sierra de Guadarrama, het schitterende berg- en natuurgebied ten noordwesten van Madrid. De rayonhoofden zijn al bij elkaar gekomen. Vannacht daalt de temperatuur naar -9 en morgen overdag verwacht Madrid +2, maar met een felle wind uit de bergen rondom en sneeuwstormen. Dan daalt de gevoelstemperatuur tot -20.
Vanmorgen merkten we de eerste effecten al: onze afvalwatertank zat behoorlijk vol en de afsluiter was natuurlijk stijf bevroren. Het kwik was volkomen onverwacht tot -4 gedaald. Dus de föhn erbij (gelukkig heeft Loes altijd een föhn in haar bagage...) om de zaak te ontdooien. Na een kwartier op de knieën naast de camper ontstond er een dun straaltje, dat gaandeweg wat dikker werd, tot we na vijf teiltjes de afvalwatertank leeg hadden. Vannacht wordt -9 voorspeld. Dus hebben we de afvalwatertank maar open laten staan en zetten we de afwas in hetzelfde teiltje. Morgenochtend wassen we gewoon af in het afwashok van onze superdeluxe natuurlijke camping op 80 km van Madrid, met uitzicht op de besneeuwde bergen van Guadarrama. Per ongeluk heb ik twee kopjes onder de kraan afgespoeld, dus morgenochtend hangt er ongetwijfeld een pracht van een ijspegel aan de afvoerpijp van de vuilwatertank.
Intussen maken we ons een beetje zorgen om de snelheid waarmee we onze gasflessen opstoken. Bijvullen kan niet in Spanje. Dus wordt het straks nog een extra ruilfles kopen ergens op een adresje dat we van de NKC-site hopen te plukken. Maar wie dan leeft, wie dan zorgt. Voorlopig verheugen we ons op het vooruitzicht om straks in Andalusië bij zo'n 20 graden te kijken naar de Elfstedentocht in Nederland.

woensdag 1 februari 2012

REIS DOOR HET BINNENLAND VAN SPANJE - 1

Alles verrast ons positief behalve de Tomtom
Wat is er aan de hand in Spanje? Bij ons in Nederland is Spanje niet zo vaak meer positief in het nieuws. Grote werkeloosheid, lage ratings bij Standards & Poors, te grote staatsschuld, ruw spel van Real Madrid onder Mourinho. Het lijkt kommer en kwel. Dus als we Spanje binnenrijden via Hendaye (aan de Bordeaux-kant) verwachten we slechte wegen, slecht geklede mensen, veel zwervers en veel onafgebouwde huizen.
Aan de noordkust van Spanje, tussen San Sebastian en Bilboa niets van dat alles. Op de camping in Zarautz is vriendelijkheid troef, de prijzen zijn laag, zoals je in het laagseizoen mag verwachten, een nieuw modern toiletgebouw is in aanbouw en het douchewater in het oude toiletgebouw is heerlijk warm, evenals de ruimtes zelf en voor een habbekrats eten we een niet briljante maaltijd met goede witte of rode wijn. De volgende dag rijdt het treintje naar San Sebastian perfect op tijd en in de stad zelf loopt iedereen er perfect gekleed bij. Alleen in de Tapasbar vlak bij het Plaza de la Constitucion blijft het erg stil. Om zes uur 's avonds zijn er zes bezoekers en staat de bar nog mudvol tapas. Dat lijkt ons niet stroken met de traditie.
We verwachten de komende weken nog wel te zien en te horen hoe Spanjaarden met de huidige crisis omgaan en wat je er als toerist van gaat merken. Voorlopig verrast het land ons positief. Hoe kan het ook anders als blijkt dat we de camper in Bilbao zomaar langs de straat tegenover het Guggenheim museum kunnen parkeren. Zoekend naar parkeerruimte zonder beperkte inrijhoogte kwamen we als vanzelf op de weg langs het museum terecht, waar we voor € 5 bijna de hele dag konden parkeren. De volgende uren dwaalden we om het futuristische, met titaniumplaten beklede gebouw heen en vervolgens binnen er doorheen. We verbaasden ons over de zinsbegoochelende ruimte van het atrium, de organische vormen in diverse zalen en de wijze waarop de installaties van Serra daarop inspelen. Maar we verbazen ons vooral over de durf van beleidsmakers in Bilbao en Baskenland die - weliswaar in een tijd waarin alle bomen tot in de hemel groeiden - dit centrum en alles eromheen wilden realiseren, omdat hoge kunsten nu eenmaal door de eeuwen heen een positieve uitstraling hebben hebben op hun omgeving en op het publiek dat altijd weer bereid blijkt ervoor naar een stad te komen om ervan te genieten. Daar kan Halbe Zijlstra nog een puntje aan zuigen...
Intussen zijn we alweer veel verder gevorderd op onze tocht door het binnenland. Onze eerste etappe richting Madrid voert ons via Soria en Logroño verder richting Segovia. Maar de Tomtom kan het soms niet helemaal bijbenen. Hoewel we vlak voor vertrek de laatste kaarten hebben gedownload, worden we telkens verkeerd gestuurd. Tommie ziet rotondes waar ze niet zijn en omgekeerd, wegen die er al minstens drie jaar liggen zijn kennelijk onbekend. Ligt het aan Tomtom of aan de 'mañana-mentaliteit van de Spanjaarden? Hoe dan ook, we zijn weer blij met een goede wegenkaart aan boord. En met een campinggids van ACSI die ons naar een camping wijst in 'the middle of nowhere', waar we echt de enige buitenlanders zijn tussen leegstaande caravans met voortenten. In het restaurant eten we voor € 22 een heerlijke maaltijd met elk twee glazen wijn, een toetje, koffie en een overvol glas Carlos III cognac. Dus als we tijdens het typen van dit stuk stuk in slaap vallen, dan weet je hoe dat komt. Trouwens, de naam van de camping..? dzzzzzzzmmmhhh, kijk straks maar in het CamperRoutes reisgidsje. Welterusten!

vrijdag 16 december 2011

Hallo Zwaai Zwaai

In de nieuwste uitgave van de Kampeerauto van de NKC las ik de brieven over zwaaien naar andere camperaars. Leuk zo´n discussie! Ik wil daar graag mijn steentje aan bijdragen.
Elke keer dat we in de camper stappen voor een nieuwe trip, weekend of langere reis, overvalt me datzelfde gevoel. En soort geluksgevoel, waarover ze het vanavond nog in DWDD hadden. Wat zijn wij een mazzelpikken zeg, in onze geweldige camper. Hé daar gaat er nog zo een. ´Hallo jongens, ook lekker onderweg? Even de winter ontvluchten? Of op familiebezoek in Frankrijk, Spanje misschien?' Het eerste uur hebben we allebei een grote smile op ons gezicht. Daarna gaat de cruisecontrol erop, als het even kan, maar het geluksgevoel blijft. In die stemming zwaaien we naar een tegemoetkomende camper. Als ze terugzwaaien weten we dat ze met ongeveer hetzelfde gevoel in hun camper zitten.
Ik had dat ook altijd op de motor. Zodra ik erop stapte kreeg ik een soort vrijheidsgevoel in mijn hoofd dat met niets anders te vergelijken was. Natuurlijk, je moest alert blijven, goed om je heen kijken, je spiegels gebruiken, soms even het gas er flink op om een pedaalemmer op wielen (zo noemden we elke auto) voorbij te steken. Maar in al die situaties zwaaide je gewoon naar een tegemoetkomende motorrijder. Het was een soort stil verbond dat je met elkaar had afgesloten. We genieten, allebei!
In het begin vonden we dat zwaaien vanuit de camper ook maar een beetje maf. Maar gaandeweg gingen we het steeds leuker vinden. We maken er nu een spelletje van. ´Zwaaien ze terug of niet? Wedden? En dan de stand bijhouden, 8-7 voor jou. Ha, jij trakteert vanavond - of zoiets...

vrijdag 17 juni 2011

Camperplaatsen In Engeland: weinig kans

We dachten dat we in Engeland overal heel snel mooie plekken zouden vinden om met de camper te overnachten. Maar in de gids Camperplaatsen staan teleurstellend weinig adressen, zeker in Zuid-Engeland. Hier en daar een enkele parkeerplaats bij een restaurant of sportterrein. Verder niets.

Toch komen we voortdurend campers tegen met Engelse nummerplaten. Willen die dan niet lekker goedkoop parkeren op een makkelijke egale plek samen met soortgenoten? Kennelijk niet, want afgezien van een rij campers langs een paardenracebaan zien we ze nergens zomaar staan. En waarom zouden ze ook? Overal waar we komen zijn de kampeerterreinen goed afgestemd op de wensen van camperaars. Redelijk vlakke ondergrond, veel privacy om je heen, elektrische CEE aansluitingen, altijd een kraan in de buurt met een passende schroefdraad voor de Gardena koppeling, voortreffelijke douches die tot nu toe altijd gratis zijn en - heel vaak - mooi uitzicht op het omringende landschap of de kust.

Campers staan gewoon op campings

Camping met fantastisch uitzicht in Noord-Devon





Wat we gaandeweg ontdekken is dat er in Engeland twee grote clubs zijn die eigen terreinen hebben, vaak tot in de puntjes verzorgd en op mooie locaties. BIj de Caravan Club is het niet eenvoudig om een plek te bemachtigen, ook al kan je er met een Internationaal Kampeercarnet (CCI) terecht. Maar ze blijken vanaf begin juni erg vol te staan. Op terreinen van de Camping & Caravanning Club hadden we meer kans. Ook hier weer: prima plekken voor vaak niet meer dan omgerekend 18 euro. Wat wil je nog meer?
Conclusie: campers vind je in Engeland dus gewoon op de campings.
Daarom zoeken we in Devon en Cornwall alleen nog maar naar campings langs de kust, met uitzicht op zee. Met een drietal gidsen, waaronder één Engelse, vinden we probleemloos de prachtigste plekken, vanwaar we 's avonds ademloos naar zonsondergangen boven ruige kusten zitten kijken. De parkeerplaatsen met muntautomaten, of andere betaalsystemen, laten we de rest van de reis lekker rechts liggen...

Wil je weten waar we stonden? Volg ons dan op www.camperroutes.nl

maandag 6 juni 2011

Twee dagen filerijden in Zuid-Engeland

Vol goede moed reden we de veerboot van Seafrance af na een rimpelloze overtocht.
'Zie je niet op tegen het links rijden?' vroeg Loes nog. 'Welnee, ik ga gewoon rechts rijden,'grapte ik. Nou, die opgewektheid was een uurtje later deels verdampt. Hemelvaartdag en overal stervensdruk! En wie moest er weer zonodig de A259 langs de kust nemen in plaats van de M20 onderlangs Londen? Juist: de ervaren reisschrijver Bisschops. Haha, hoe lang was het geleden dat je leerde om vóór de reis te checken of er speciale feestdagen waren? En waar dan de knelpunten zouden zijn?

Heel optimistisch hadden we een plek uitgezocht op de kaart in het New Forest vlak bij Lymington. Uiteindelijk waren we blij dat we na de vijfhonderdste rotonde (nu in de A27) de camper konden parkeren op Daisies Field in Littlehampton, niet ver voorbij Brighton, ofwel halverwege onze geplande route. Daar hoorden we pas dat de hele week 'childrens holiday' was, hetgeen de drukte op de weg verklaarde. Iedereen wilde met het mooie voorjaarsweer - begin juni - aan de kust zitten!

Vrijdag 3 juni was een kopie van de donderdag, alleen nog veel erger. Tot overmaat van ramp bleken de mooie kampeerplekken met uitzicht op zee, die we onszelf hadden beloofd, allemaal bezet door gezinnen met kindertjes, en reden we bij een laatste poging om toch een mooie plek te bereiken, onze camper bijna klem tussen muurtjes en overhangende takken met stekels. Toen deze camping ook vol bleek en we hetzelfde kleine weggetje weer terug moesten rijden, hielden we in ieder geval een tastbare herinnering over aan dit avontuur: een camper met 'gezandstraalde' ramen. Was het een huurcamper geweest, dan had het ons zeker € 1000 gekost aan herstelwerk. In ons geval hebben we nu gewoon een 'camper met ervaring!'

Volgende keer verder over het echte begin v an onze reis.
Kijk ook op www.camperroutes.nl voor de eerste filmpjes.