vrijdag 22 juni 2012

De paarden van Napoleon

Terwijl we over de Route Napoléon rijden, vragen we ons steeds af hoe het mogelijk was om met 700 man (of waren het er 1000? - het antwoord staat straks in de routegids van de Route Napoléon) troepen op één dag zo'n 50 tot 60 kilometer af te leggen. Ze waren toch te voet, die mannen, met hun zware bepakking en hun wapens? Was dat normaal om zulke lange dagmarsen te maken? Kennelijk. Mensen liepen vroeger natuurlijk veel meer dan nu. Wij zijn na een wandeling van 2,5 kilometer bergop al blij dat we er zijn, nemen even een pauze om wat te fotograferen, te drinken en eventueel wat te eten en dan gaan we weer verder. Of terug!
De mannen van Napoleon liepen gewoon door, desnoods ook 's nachts. Maar wat deed Napoleon zelf dan? Hij was uiteindelijk een klein, wat dikkig mannetje, met korte benen en een aardig buikje. Liep hij ook mee, of ging hij te paard of in een koets?
Het antwoord op die vragen staat natuurlijk in duizenden pagina's literatuur over Napoleon. Dus even speuren op internet, of naar de bieb om een paar standaardwerken door te spitten. Maar nee, we hebben het antwoord gewoon bij ons. Het staat in een kostelijk boekje van de helaas veel te vroeg overleden Martin Bril: De Kleine Keizer. Mijn beste vriend Wout gaf me het boekje mee voor de reis, als aanvulling op een partij informatie die hij over Napoléon en zijn reis van Golfe de Juan naar Grenoble had verzameld. In De Kleine Keizer beschrijft Martin Bril in korte hoofdstukken zijn eigen zoektocht naar de werkelijkheid achter de verhalen en de biografieën. Het is zijn eigen werkelijkheid die hij in dit heerlijke boekje heeft opgetekend. Bril voert je schijnbaar achteloos door een aantal episoden van Napoleons leven en zijn veldslagen. En passant beschrijft hij z'n liefdes en passies.
In een hoofdstuk over de paarden van Napoleon beschrijft Bril welke paarden gedocumenteerd (of niet) bij welke gebeurtenissen betrokken waren. Zo leren we dat hij een aantal van zijn paarden, die ook op beroemde schilderijen figureren, namen van grote veldslagen gaf. Dat gold niet voor het paard dat hij bereed op zijn beroemde tocht van Golfe Juan naar Grenoble. Dat paard heette Tauris en was een geschenk van de Russische Tsaar. Dit alles volgens Martin Brill, die ik volledig vertrouw omdat hij zijn boekje De Kleine Keizer baseert op duizenden pagina's historische literatuur. Dank zij hem weet ik dus dat Napoleon al die kilometers, die wij in een comfortabele camper afleggen, op een Russisch paard zat, terwijl zijn manschappen te voet bergop en bergaf marcheerden. Met dank dus aan Martin Bril en aan mijn trouwe vriend Wout.

maandag 18 juni 2012

Route Napoléon: Trots op Nederlanders?


Lang geleden, toen ik nog hoofdredacteur van het ANWB maandblad REIZEN was, hadden we een interview met toenmalig verkeersminister Jorritsma. Er speelden toen allerlei zaken tussen Nederland en het Frankrijk van president Chirac. Irritaties over en weer. Zo sterk zelfs dat sommigen opriepen om Frankrijk te boycotten als vakantieland. Gevraagd naar haar mening over Frankrijk zei Jorritsma: 

"Frankrijk is een prachtig land, alleen jammer dat er Fransen wonen..." 

Nu was ik het al zelden eens met de popiejopieuitspraken van tante Jorritsma, maar dat keer wel helemaal niet. Al reizend door Frankrijk komen we zelden vervelende Fransen tegen. Integendeel. Ze zijn altijd bereid tot een praatje, ze vragen belangstellend waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat, en geven je desnoods ongevraagd leuke tips. Het helpt natuurlijk als je een beetje Frans spreekt, maar ook merken we steeds vaker dat een Fransman z'n best zal doen om zich verstaanbaar te maken. In het Engels of Duits, of een mix van van alles wat, desnoods met handen en voeten.

Des te verbazingwekkender is het verhaal van onze gastheer, een imker/honingproducent nabij Corps, aan de Route Napoleon. Via France Passion stelt hij camperplaatsen ter beschikking. Vijf stuks. Hij en zijn alleraardigste vrouw vragen er niets voor. Je moet je alleen bij aankomst even aanmelden en zo mogelijk de volgende ochtend bij vertrek even afmelden. Ze zullen je vragen of je nog water bij wilt vullen en geven je dan een speciaal verloopstuk, waarmee je een passende aansluiting op hun waterslangen kunt maken. Als je wilt kan je er honing kopen, in een heel leuk winkeltje en desgevraagd vertelt mevrouw van alles over de productie (en over de huidige problemen met een enorme raadselachtige bijensterfte.) 

Geen bedankje kan eraf!
Imker Bernard Tiron: problemen met
Nederlanders
Al pratend vertelt de imker dat hij zo langzamerhand toch wel problemen heeft met Nederlanders. Ze melden zich niet aan of af. Ze zeggen geen gedag. Geen bedankje kan eraf. En ze kopen NOOIT iets in de winkel. "Ik kan me voorstellen dat je bij een wijnboer wel een paar flessen wijn koopt en bij een honingboer geen potje honing. Maar dat je niet eens belangstelling toont, geen gedag zegt of even bedankt voor de gastvrijheid, maar wel het verloopstuk voor de waterslang meeneemt - ik ben er al heel veel kwijtgeraakt - kan ik me gewoon niet voorstellen. Nederlanders zijn echt de enigen die zich zo gedragen. Met Belgen heb ik nooit problemen, maar ook Duitsers en Engelsen, die toch moeite hebben met de Franse taal, maken we dit eigenlijk nooit mee."

Prachtige plek aan de Route Napoléon

Goed, dit moest ik even kwijt. Wij hebben er een nacht heerlijk gestaan, pal langs de Route Napoléon, waar het 's avonds heel stil wordt en waar het zo donker is dat je een werkelijk magnifieke sterrenhemel kunt zien. We kochten er een paar potjes honing voor de buren en voor vrienden en een heel bijzondere pot lavendelhoning voor onszelf. En we bewaren mooie herinneringen aan deze twee leuke mensen, die hun terrein zo hebben aangepast dat ze gezellig een paar camperaars kunnen onderbrengen.
Maar dat Nederlanders in hun ogen niet zo gezellig zijn, vervult ons niet met trots. Ik zou bijna zeggen: Frankrijk is een prachtig land, vol aardige Fransen en soms wat minder leuke Nederlanders.

donderdag 7 juni 2012

De Route Napoléon en de Côte d'Azur


 

Al vanaf het eerste moment dat we begonnen met CamperRoutes.nl had ik in mijn hoofd om met de camper langs de Franse zuidkust te gaan toeren. De Côte d'Azur blijft zijn aantrekkingskracht behouden, ondanks berichten van vakantiegangers dat het er toch vreselijk druk en duur is; dat alle mooie plekjes verpest zijn en dat de Fransen in Zuid-Frankrijk wel erg onvriendelijk kunnen zijn. Om over criminaliteit nog maar te zwijgen. Eerlijk gezegd maken al die meningen en berichten mij wantrouwig. Zouden de mooie plekjes van vroeger echt weg zijn? Betaal je altijd en overal de hoofdprijs op terrassen en in restaurants? Is het verkeer echt zo'n chaos dat je hooguit met 15 km per uur vooruitkomt?

donderdag 29 maart 2012

Spanje - tot besluit: TWEE GEWELDIGE STEDEN

Na acht weken zijn we weer thuis. Ik realiseer me dat we op ons weblog maar een fractie van onze reis hebben laten zien. De oorzaak: af en toe wilden we ook gewoon een beetje vakantie houden en een paar dagen zonder laptop of iPad doorbrengen. Het gevolg daarvan is wel dat ik nu al vijf dagen bezig ben met het selecteren van zo’n 3000 foto’s en tientallen filmpjes. Even tijd voor een kleine pauze om terug te kijken op de laatste twee weken van de reis.
VALENCIA EN CALATRAVA
De grootste verrassing was wel Valencia. Een heerlijke stad om doorheen te slenteren en je vergapen aan oude en spectaculaire nieuwe architectuur. Bij dat laatste denk je natuurlijk meteen aan Calatrava. De oude Spaanse meester van de moderne architectuur heeft aan de rand van de stad, vlak bij de vernieuwde haven, een geweldig complex van imposante gebouwen, bruggen en promenades gerealiseerd. Het Ciudad de las Artes y las Sciencias is het nieuwe uithangbord van een stad die de afgelopen twintig jaar miljarden heeft uitgegeven om een van de grote trekpleisters van het wereldtoerisme te worden.
Jammer dat het nu economisch zo slecht gaat in Spanje en dat de inhoud van het centrum sterk achterblijft bij het uiterlijk. Desondanks móet je hier geweest zijn. Je waant je soms in een Star Wars film met al die vervreemdende vormgeving. Daar tegenover staat dat er ook gewoon een dierentuintje is. Nou ja, een Oceanografisch centrum, heet het. Met een super-aquarium, een wetlands-dôme met rode ibissen en roze lepelaars en een heuse dolfijnenshow. Die laatste is natuurlijk de grote publiekstrekker, waar tenminste nog wat geld mee wordt verdiend. Helemaal koosjer schijnt het niet te zijn zo’n dolfijnenshow, hoorde ik laatst in een tv-discussie tussen biologen. Maar ja het is altijd nog minder erg (en in ieder geval leuker) dan een stierengevecht…
TO CORRIDA OR NOT TO CORRIDA
En tja, daar waren we toch bijna naar toegegaan in Valencia onder het motto: je moet het hebben gezien om er over te kunnen meepraten. In het kader van het Fallas festival, waarbij enorme poppen in de stad worden opgesteld, die later in brand worden gestoken, is er in de grote arena naast het station elke dag een ‘corrida’. Omdat we alleen eersterangs kaarten van € 55 euro per stuk konden krijgen, zagen we er toch maar vanaf. Honderdtien euri om een waarschijnlijk gruwelijke show bij te wonen was ons iets te gortig. Ik geef toe, een nogal pragmatische reden. Aan de andere kant: We zagen overal dat de corrida zo is verweven met de cultuur van Zuid-Spanje dat je er niet omheen kunt. Dus als we nog een keer gaan, zullen we waarschijnlijk toch ergens een kaartje kopen. Waarschijnlijk voor één keer.
NAAR BARCELONA: NAAR HUIS
We sloten de reis af in Barcelona. Altijd mooi, altijd geweldig, al viel de toeristische drukte ons na al die relaxte steden in het zuiden wel een beetje rauw op ons dak. Barcelona was ook een beetje thuiskomen. Bij eerdere reizen bezochten we het nieuwe havenkwartier (van de Olympische Spelen), de Sagrada Familia en het Park Güell. Nu zwierven we door de Barri Gòtic , we gingen ondergronds in het stadsmuseum (een schitterende expositie van Romeinse opgravingen), namen de kabeltram naar de Montjuïg, het Miromuseum, en daalden af via de trappen van het Palau Nacional de Montjuïc. Soms waanden we ons in het verhaal van ‘De schaduw van de wind’ van Zafón, maar plotseling leek het alsof ik midden in het hedendaagse Den Haag stond, voor het hagelwitte stadhuis. Richard Meier, de architect van het imposante stadhuis van mijn geboortestad, heeft in Barcelona recent het Museum voor Hedendaagse kunst gebouwd, het MACBA, Museu d’Art Contemporani de Barcelona. Midden tussen kleine oude straatjes, achter de Rambla, staat daar ineens op een groot plein een kolossaal hagelwit gebouw voor je met veel glas aan de voorkant en een gladde, wat hellende bestrating die veel skaters en skateboarders aantrekt. Een mooie plek om even de drukte van de Ramblas te ontvluchten. Zittend op een aangenaam terras achter het museum kwamen we tot de slotsom dat het mooi was geweest. Naar huis!

donderdag 8 maart 2012

OMMUURDE CAMPINGS, FIETSEN EN BUSSEN

Op dit moment staan we op een camping in Cordoba. Camping El Brillante ligt aan een lange laan, met enig verkeer (niet al te veel) en midden tussen woonwijken, naast een school en daarnaast een voetbalveld. Niet bepaald de idyllische omgeving waar je met de camper zou willen staan. Het uitzicht beperkt zich tot een paar hoge hagen en witgepleisterde muren. Maar er is helaas geen alternatief. Vrij staan bij of in grote steden is verre van ideaal, vinden we. En in de wijde omgeving is geen andere camping te bekennen.
Onze reis is opgebouwd rond de drie topattracties van Andalusië: Granada, Sevilla en Cordoba. Wat je verder ook doet, je kunt niet thuiskomen en aan buren, vrienden en familie vertellen: 'tja, voor het Alhambra in Granada hadden we helaas geen tijd meer', of: 'Sevilla lag zo'n eind uit de route, die hebben we maar overgeslagen...' Dus rijden we in een vreemde kronkel door het prachtige Andalusië en staan we driemaal op ommuurde campings, met soms veel te kleine plaatsen, voor ook nog eens teveel geld. Maar ja, zoals gezegd: er is geen andere keus.
Een lichtpuntje van de drie campings is overigens dat ze een prima verbinding hebben met de grote attracties. In Granada stopte de bus praktisch voor de poort van de camping. Voor € 1,35 per persoon zaten we in 20 minuten midden in het centrum en vandaar bracht een kleiner busje ons door kruip-door-sluip-door-straatjes voor € 1,20 naar het Alhambra boven op de heuvel. In Sevilla zaten we ver buiten de stad (zo'n 18 kilometer), maar ook hier was er een bus die ons voor een luttel bedrag (€ 1,50 per persoon) in drie kwartier op kamikaze-wijze tot aan de rand van de binnenstad bracht. En vandaag in Cordoba hoefden we alleen maar op de fiets te stappen en ons van het vals plat af te laten zakken tot bij de straatjes van de Joodse wijk die naast de Mezquita ligt.
Dat fietsen is ook een hoofdstuk apart. Heel veel fietsers zie je niet in de steden, maar wat er rondrijdt, rijdt allemaal op de stoepen. Op brede trottoirs en voetgangersgebieden zijn hier en daar fietspaden gemarkeerd, die je als voetgangers soms makkelijk over het hoofd ziet. En fietsers slalommen er rustig op los. Maar geen enkele keer zagen we irritatie tussen fietsers en voetgangers. Politieagenten (alom aanwezig) kijken intussen goedkeurend toe. Automobilisten geven je als fietser ook royaal de ruimte, zoals eigenlijk het hele verkeer in Spanje een toppunt van tolerantie lijkt. Onze eerste vervelende ervaring moeten we na zes weken nog opdoen. Viva España!
Hieronder nog een foto-overzicht van het mooiste dat Andalusië te bieden heeft in Granada, Sevilla en Cordoba.
Klik op de foto's voor een vergroting; alle foto's © Mike Bisschops, CamperRoutes.nl
1. GRANADA
Zicht op het Alhambra vanaf de oude stad
Schitterende mozaïeken en verfijnd stucwerk in het Nasridenpaleis van het Alhambra
In het Mirtenhof van het Nasridenpaleis spiegelt de Torre de Comares in de vijver. Slechts een enkele bewust gevormde rimpeling in het water voorkomt dat het een echte spiegel wordt. Dit is een van de beroemdste beelden van het Alhambra, die je deelt met tientallen bezoekers tegelijk.
Het uitzicht dat de Nasridenkoningen hier hadden was ongetwijfeld minder pitoresk dan wat wij uit dit venster zien.
2. SEVILLA
Uitzicht vanaf de Giralda. De Moorse toren die is geïntegreerd in de grootste Gotische kathedraal van Europa kijkt uit over modern Sevilla, maar ook over het oude Alcazar paleis (links)
Tussen de vele stijlen waarin het Alcazar door de eeuwen heen is opgebouwd zijn de Mudejar gevels - een mengvorm van Moorse en Christelijke decoratiekunst - het meest indrukwekkend
Opvallende versieringen in de plafonds van de zalen van 'onze' Karel V. Voor de Spanjaarden is dit Carlos V, die we onderweg in vele kunstwerken tegenkwamen, te beginnen in het Prado in Madrid.
De tuinen en de patio's zijn tegenwoordig de belangrijkste onderdelen van het Alcazar. Hier een sfeervolle patio met sinaasappelbomen
3. CORDOBA
Brug over de Guadalquivir in Cordoba. Aan het eind van de brug staat de Mezquita, van de top-3 monumenten van onze reis verreweg het meest indrukwekkend
Dit is waarschijnlijk een van de meest beroemde beelden van de Mezquita. Het kostte me minstens 300 opnamen om de sfeer van de Moorse zuilen met dubbele bogen enigszins te vangen. Het kippevel op m'n rug heb ik niet in beeld kunnen vangen
Over decoraties gesproken... De mooiste renaissance-elementen in de kathedraal, die later in deze moskee werd gebouwd, kunnen in schoonheid hier nauwelijks mee wedijveren
In deze foto probeer ik het samengaan van een twaalfde-eeuwse moskee met een 16e eeuwse kathedraal in één beeld te vangen. Volgens Karel V hadden de bouwers van de kathedraal de moskee verwoest. Maar daar kan je na vijf eeuwen makkelijk anders over denken!
>

maandag 27 februari 2012

RENT A COCHE. AHORA!

Ooit stond ik samen met fotograaf Jan Suys in Nieuw-Zeeland, op het vliegveld van Wellington, naast een Duitser, aan de andere balie, die een probleem had om uit te leggen wat hij wilde. Aan zijn op steeds grotere toonhoogte en met steeds meer volume uitgesproken "Ich will Jetzt unmittelbar nach München fliegen" begreep ik dat hij weg wilde uit Nieuw Zeeland. Maar de grondstewardess sprak geen Duits en hij sprak geen woord Engels. In Nieuw-Zeeland! Denkend aan 1974 lieten we hem aanmodderen. Wat ons betreft bestond München niet, dus waar had hij het over? Trouwens, als je in Nieuw Zeeland wilt rondreizen, moet je ook maar Engels leren. Toch?
Nu reizen wij in Spanje, het hele land door. En wat ons opvalt is dat Spanjaarden nauwelijks Engels spreken. We snappen waarom het Spanje economisch niet zo goed gaat in het moderne Europa. Moeten ze maar Engels leren spreken... Intussen voelen we ons toch behoorlijk hetzelfde als die Duitser in Nieuw-Zeeland. Lastig als je de taal van het land niet spreekt. We proberen het met Engels, met Frans (wat we allebei redelijk beheersen) en met een beetje Italiaans. Maar het blijft behelpen. Die Spanjaarden hebben toch een heel eigen manier van praten. Snel en veel letters inslikkend, beetje raspend en in ieder geval héél slecht verstaanbbaar.
Het hardst worden we geconfronteerd met ons eigen onvermogen tot communiceren als we voor twee dagen een autootje willen huren om de 'Witte-dorpenroute' te rijden. Veel kleine weggetjes, dorpjes met smalle straatjes en intieme pleintjes (zie foto hiernaast), dus weinig parkeerruimte. Dat doe je makkelijker met een Cliootje dan met een fullsize camper. We bellen het nummer van Velasquez Autorent in Ronda. Een vriendelijke meisjesstem antwoordt. Nee, ze spreekt geen Engels. "Coche, aquiler", roepen we. Een riedel Spaans. "Sorry, encore...". Veel geluid aan de andere kant, onherkenbare woorden. "Ahora", roepen we, we willen het nu! Uiteindelijke begrijpen we dat we naar het kantoor kunnen komen en dat er een auto klaar staat.
We nemen een taxi en komen bij Velasquez in het centrum van Ronda. Een buitengewoon vriendelijke man, die geen woord Engels spreekt, helpt ons voor een klein bedrag aan een leuk autootje voor het weekend. Geen extra kilometers, alles inclusief. Vaktaal, die begrijpen we allebei.
Bij het terugbrengen van de auto vragen we nog waar we een taxi kunnen vinden om terug te komen bij onze camper. Mr. Velasquez wijst naar de auto en gebaart dat we even moeten wachten. Hij brengt ons persoonlijk terug naar de camping. Onderweg vertelt hij nog dat hij in zijn jonge jaren zes maanden in Groningen heeft gewoond. Colleges gevolgd aan de universiteit. Het verbaast hem nog altijd dat Nederlanders hun talen zo goed spreken. Nee, Nederlands heeft hij niet geleerd. "Alle Nederlanders spreken immers Engels!
Hieronder een filmpje van een klein deel van onze rondreis langs de Witte Dorpen van Andalusië.
">
Toegift: een bijzondere foto die we schoten bij het brug in Ronda. De stad wordt door een diepe kloof in tweeën gesplitst. In het ochtendlicht staan de rotspilaren stoer op wacht om alle nevels vanuit het land buiten de poort te houden... Klik op de foto om te vergroten.

vrijdag 17 februari 2012

HOE EEN KLEIN SLANGETJE ONS PARTEN SPEELT

Gisteren richting Granada.. tenminste, dat was onze planning. Maar bij de eerste rotonde merkten we dat de stuurinrichting niet helemaal fijn reageerde. Bij de eerste de beste garage gestopt. Klein rommelig werkplaatsje in Mojacar (spreek uit: Mahecca). Met handen en voeten uitleggen wat het probleem zou kunnen zijn. Eén blik van de monteur was genoeg: de hydraulische olie van de stuurbekrachtiging stond zorgelijk laag. Bijgevuld. Probleem opgelost... dachten we.
Maar na een uur of twee wandelen in en rond Nijar, boven Almeria, lag er een aardig plasje olie onder de auto. Zorgelijk! Snel gebeld met Ford Assistance, die ons naar een garage stuurde die al 2 maanden gesloten bleek te zijn. Bij een anders bedrijf verderop kregen we een adres van een Ford dealer in Roquetas de Mar. Intussen kwam er van Ford Assistance in Barcelona (jawel, de ANWB!!) een sms met een nieuw adres. Maar helaas bleek ook die garage dicht, in dit geval wegens een feestdag in het dorp. Uiteindelijk kwamen we in Roquetas de Mar terecht, zeg maar het Scheveningen van Almeria, waar de garage constateerde dat er een slang in het systeem lek is. Nieuw slangetje besteld (in Valencia) en dat zou mañana binnenkomen. Nou dat wordt dus echt mañana, want het komend weekend hebben we maar vrij genomen in de hoop dat het slangetje maandag of dinsdag binnen zal zijn.
Nou ja, zoals altijd 'heb elk nadeel ze voordeel' en staan we nu op een heerlijke plek in een echt natuurpark aan zee, bij heerlijk weer. Zaterdag en zondag lekker wandelen en fietsen en dan hopelijk maandag weer verder. Met een nieuw slangetje. Intussen zijn we ook maar een beetje aan het werk gegaan met het eerste deel van de route. En zoals we vroeger al zeiden tijdens persreizen: 'de kop hebben we al!' In dit geval de voorlopige voorplaat.